Montage en testvoorschriften noodverlichting

MONTAGE- EN TESTVOORSCHRIFT NOODVERLICHTING

Noodverlichting

Voor: fluorescent noodverlichtingsarmaturen op batterijen en lichtnetInstallatie en bedrading instructies: Installatie en bedrading instructies

BELANGRIJKE AANDACHTSPUNTEN
• controleer eerst het productetiket voor het juiste voltage.
• Indien er apart in- en uitgeschakeld moet worden, dan mag dit alleen gebeuren door gebruik te maken van een originele fase. • Tijdens het monteren mag de stroom niet zijn aangesloten.

  1. 1.1  De installatie dient te geschieden door een gekwalificeerd installateur welke voldoet aan de UNETO voorschriften.

  2. 1.2  Na het armatuur voorzichtig uitgepakt te hebben moet de afscherming op een gepaste manier gedemonteerd worden.

  3. 1.3  Verwijder indien nodig het batterijpakket en het voorschakelapparaat.

  4. 1.4  Monteer vervolgens het armatuur aan het plafond of de wand zodat de LED zichtbaar is voor de controle op werking. Wanneer het armatuur

    verticaal wordt gemonteerd moet er voor gezorgd worden dat de batterij zich dan op de bodem van het armatuur bevindt. Alle armaturen

    dienen voorzien te worden van een aardsluiting m.u.v. de klasse 2 armaturen.

  5. 1.5  Zorg ervoor dat de aangesloten onderdelen geïsoleerd zijn. Verbind het armatuur aan de onderdelen zoals aangegeven op de tekening en

    gebruik daarbij een kabel van tenminste 1,5 mm2. Armaturen met een batterijpakket moeten constant onder spanning staan. Centraal geschakelde armaturen moeten verbonden zijn met het Centrale Nood Energie Systeem door middel van de bijbehorende brandwerende kabels. De kabels moeten ook een geschikte dikte hebben om ervan verzekerd te zijn dat deze kabels specifieke limieten niet overtreffen. Dit staat ook aangegeven bij de standaard installatievoorschriften van de centraal geschakelde systemen.

  6. 1.6  Op het label van het armatuur moet de datum van installatie vermeld zijn.

  7. 1.7  Nadat het armatuur aangesloten is en de stroom weer is aangesloten moet de LED branden.

    Na 1 uur moet de stroomtoevoer worden afgesloten om de werking te controleren. Dit kan ook geschieden door de testknop, indien aanwezig, in te drukken.

  1. 2  ARMATUURTYPE OMSCHRUJVING
    A Non Maintained: de lamp brandt alleen indien de stroom wordt onderbroken
    B Maintained: de lamp brandt altijd op stroom en bij onderbreking op de batterij
    C Sustained: een lamp brandt altijd op stroom en in geval van onderbreking gaat de andere lamp branden via de batterij D Mains: portiek armaturen, de lampen worden gevoed via een normale voeding, geen batterij
    E Batterij: een warmtebestendige en verpakte NiMH batterij, het voltage en de capaciteit is zoals aangegeven
    F Lampen: fluorescent 4000 kelvin
    G LED: groene, hoog intensieve LED die het functioneren van de lader en batterij weergeeft
    H Tester: drukknopje welke bij gebruik de stroom onderbreekt om de werking van de batterij te controleren

  2. 3  INSTALLATIE EN ONDERHOUD volgens EN 50172:2004

  1. 3.1  Na volbrengen van de installatie moet een kopie van deze instructies samen met de testresultaten aan de onderhoudsafdeling worden

    verstrekt.

  2. 3.2  Schoonmaak en vernieuwing van de noodarmaturen moet regelmatig plaatsvinden om verzekerd te zijn van optimale fotometrische

    prestatie.

  3. 3.3  Schakel de stroomtoevoer uit als u het armatuur reinigt, vergeet niet dat de batterij nog steeds geladen is en dat u bij aanraking een schok

    kunt krijgen.

  4. 3.4  De ingesealde NiMH batterij moet na 4 jaar vervangen worden of wanneer de armaturen niet meer aan de verwachte prestaties voldoen.

    Vraag uw leverancier voor nadere details over vervanging.

TESTEN
Het testen van de noodverlichting moet gebeuren wanneer het risico op calamiteiten het kleinst is. Het is aan te bevelen om het testen zo mogelijk overdag of in het weekend uit te voeren zodat er genoeg tijd is om de batterij weer volledig op te laden. Controleer na de test dat alle LED’s weer aangeven dat de batterijen geladen worden. Voor een juiste controle moet u het bijgevoegd schema aanhouden. Uitslagen van de testen moeten schriftelijk worden vastgelegd in een formulier welke u kunt downloaden op de sectie downloads.

  1. 4.1  DAGELIJKS d.m.v. indrukken van de testknop moet worden gecontroleerd op het correct opladen van de batterijen.

  2. 4.2  MAANDELIJKS eens per maand moet de stroom toevoer onderbroken worden en moet het armatuur op noodverlichting over gaan.

    Dit gedurende een periode van 15 minuten. Tevens controleren of het armatuur schoon is.

  3. 4.3  HALFJAARLIJKS stroomtoevoer moet worden afgebroken en het armatuur moet gedurende een uur branden op de batterijen.

  4. 4.4  JAARLIJKS de stroomtoevoer moet gedurende de volledige duur van de batterijontlading (ca. 3 uur) onderbroken worden.

    Tevens dient de binnen– en buitenzijde van de afscherming te worden gereinigd.

    BELANGRIJK: De gemiddelde brandduur van T5 buisjes is ca. 4000 uur, dit betekent dat indien u gebruik maakt van de maintained (constant brandend) uitvoering het kan zijn dat u deze buisjes na ca. 6 maanden moet vervangen.

2D lampen hebben een brandduur van ca. 6500 uur. Bij het vervangen van de lichtbron moet u zowel de stroom afsluiten als de batterij loskoppelen. Indien de omgevingstemperatuur lager is dan 10 graden kunnen wij de werking van het armatuur niet garanderen.

AANSLUITSCHEMA MAINTAINED /NON MAINTAINED

N = NUL DRAAD GEEL/GROEN = AARDE

Sorteer op
© 2018 - 2021 BHV046.nl | sitemap | rss | webwinkel beginnen - powered by Mijnwebwinkel